Om u beter te adviseren heeft Futureproofed een strategie ontwikkeld om de ecologische voetafdruk van elk product te beoordelen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het LiDS wiel (Lifecycle Design Strategies) en de door OVAM ontwikkelde databank Ecolizer. Zo ook aan de hand van een specifieke vragenlijst die in overleg met ontwerpers en fabrikanten ingevuld wordt.

Hieronder volgt een korte uitleg over de 7 criteria waaraan tips en of vragen zijn verbonden.

Grondstoffen:

We starten ons onderzoek met een analyse van de grondstoffen waarbij we rekening houden met de functie van het product. Niet hernieuwbare grondstoffen dienen vermeden te worden. Voorbeelden hiervan zijn fossiele brandstoffen, zoals aardolie, en minerale grondstoffen, zoals koper, tin, zink en platina. Het is uiteraard goed om gerecycleerde materialen te gebruiken. Dit zijn materialen die in een vorig leven werden gebruikt in andere producten. Tijdens de winning en productie van sommige materialen is veel energie nodig, dit zijn materialen met een grote ‘energie-inhoud’. Het gebruik van deze materialen is alleen gerechtvaardigd als ze positieve technische eigenschappen hebben die ook werkelijk in het product benut worden. Zo is aluminium, hoewel het een hoge energie-intensiteit heeft, sterk en omwille van het beperkte gewicht goed vervoerbaar en uiterst geschikt voor recyclage. Er dient rekening gehouden te worden met de functionaliteit van een product. Sommige producten kunnen enkel vervaardigd worden met een bepaalde grondstof. Zo kan de grondstof koper – dat een hoog milieu-impact heeft – in veel elektrische toepassingen niet vermeden worden. Er bestaan meerdere methodes om producten te toetsen naar hun milieu-impact, zoals de LCA, DFE, Ecolizer, LIDS en MET. Wij baseren ons hoofdzakelijk op de Ecolizer die door OVAM is ontwikkeld.

Materiaalbesparing:

Door slim te ontwerpen kan bespaard worden op materiaalgebruik. Hierdoor werkt men echt aan preventie. Het beperken van het gewicht en het volume maakt een product geschikter voor transport... Reduceren van het gewicht. Reduceren van volume. Dematerialiseren (bijvoorbeeld: voicemail in plaats van antwoordapparaten) Keuze voor lichte structuren Een pluspunt bij de beoordeling van een product is het FSC-certificaat: De hoogst denkbare vorm van erkenning voor goed bosbeheer... Een bosconcessie komt pas in aanmerking voor het certificaat als aan de FSC-eisen van goed bosbeheer wordt voldaan. Een onafhankelijke certificeerder controleert dit.

Levensduur:

De technische levensduur (de tijd dat het product goed functioneert) dient verlengd te worden evenals de esthetische levensduur (de tijd dat de gebruiker het product mooi vindt), zodat het product langer in zijn oorspronkelijke functie gebruikt zal worden. De volgende principes streven allen hetzelfde doel na. Wanneer een product langer de behoeften van de gebruiker bevredigt, wordt de neiging van de gebruiker om telkens nieuwe producten aan te schaffen enigszins beteugeld. Door te kiezen voor modulariteit of aanpasbaarheid kan een product dat in technisch of esthetisch opzicht niet meer optimaal is, worden 'opgewerkt' en zodoende nog steeds voldoen aan de (gewijzigde) behoefte van de gebruiker. 

Productie-efficiëntie:

Bij het kiezen van productietechnieken moet gestreefd worden naar technieken met een lage milieubelasting, dat wil zeggen een laag en niet schadelijk gebruik van additieven en hulpstoffen, weinig verliezen aan energie en grondstoffen en weinig afval. Keuze voor milieuvriendelijke productieprocessen Minder productieprocessen Efficiënt gebruik van liefst duurzame energie Efficiënt gebruik van liefst schone hulpmiddelen Een bedrijf scoort goeie punten indien het beschikt over het ISO-certificaat. Deze certificering is een krachtig instrument, een hulpmiddel om een organisatie te optimaliseren en te verbeteren. Het is uiteraard aan de organisatie zelf om dit instrument te gebruiken en te benutten.

Emissie:

Sommige materialen en additieven dienen vermeden te worden omdat ze bij productie, verbranding of storten van het product schadelijke emissies veroorzaken. Additieven zijn bv. kleurstoffen, hitte- of UV-stabilisatoren, bepaalde brandvertragers, weekmakers, vulstoffen, blaasmiddelen en anti-oxidanten. Te vermijden materialen zijn in elk geval zware metalen, asbest en CFK's. Ondernemingen kunnen hun productieproces zo instellen dat zij emissies van schadelijke stoffen beperken of vermijden en CO2 neutraal worden. Eventueel nemen zij deel aan CO2 compensatieplannen. Vermijden van toxische stoffen in het product Weinig emissies tijdens de productie CO2 neutrale productieproces CO2 compensatie-plan. Een pluspunt bij de beoordeling van een product is het Greenguard certificatie zijn performance-based normen om producten en processen te definiëren met een lage chemische uitstoot van deeltjes voor gebruik binnenshuis. De normen zijn voornamelijk voor bouwmaterialen, afwerking, interieur meubilair, en elektronische apparatuur. De normen stellen de certificatie procedures vast inclusief testmethoden, toegestane emissie niveaus, product sample inzameling en verwerking, het type test en de frequentie als ook programma’s applicatie processen, toxiciteit grenzen en acceptatie.

Einde leven:

Welke onderdelen zijn het nog waard om hergebruikt te worden? Op welke wijze moet het daartoe worden gedemonteerd? Wie is verantwoordelijk voor de inzameling en het verwerken van het product? Hoe moet het product zodanig ontworpen worden dat het geschikt is voor het gekozen EOL systeem? Mede door ontwikkeling van wetgeving over producentenverantwoordelijkheid en terugnameplicht en het toegenomen milieubewustzijn moet elke ontwerper en elke ondernemer op bovenstaande vragen antwoord kunnen geven. Dit betekent dat hij voor elk product systematisch een EOL systeem moet ontwikkelen, dat de milieubelasting van het product reduceert en financieel gezien rendabel is.

  • Keuze van het EOL-systeem volgenns het cascade denken 
  • Waardevolle delen zijn gemakkelijk demonteerbaar: (Design for Dissassembly)
  • Reduceren van verschillende materiaalsoorten 
  • Keuze voor ‘compatibele’ materialen indien de onderdelen niet scheidbaar zijn 

Gebruik:

Bepaalde producten zijn inert, en hebben geen hulpstoffen nodig in de gebruiksfase, zoals meubilair, tassen, enz. Anderen producten hebben hulpstoffen nodig zoals energie, water, wasmiddel, koffie, en ook bijproducten (batterijen, navulcassettes, filters) om het product te laten functioneren. Hetzelfde geldt voor het onderhoud en de reparatie van het product. Het product moet dusdanig ontworpen zijn zodat de gebruiker deze zaken niet verspilt dan wel dient gezocht te worden naar milieu-efficiëntere alternatieven.

  • Reduceren van energieverbruik van het product
  • Keuze voor een duurzame energiebron
  • Beperken van de hoeveelheid afval tijdens de gebruiksfase
  • Reduceren van benodigde hoeveelheid hulpmaterialen
  • Keuze voor milieuvriendelijke hulpmaterialen