• Geplaatst door: Futureproofedshop
  • Datum: Thu 08 Apr 2010



 

Tags

Gerelateerde producten

DOELSTELLINGENECO STRATEGIENECO DESIGNBOEKEN


Eco strategiën

Er bestaan vele methodes om producten met een kleinere ecologische voetafdruk te ontwerpen en te onderzoeken.

Om producten te toetsen naar hun milieu-impact heeft Futureproofed een strategie ontwikkeld gesteund op o.a. het LiDS wiel (Lifecycle Design Strategies) en de door OVAM ontwikkelde databank Ecolizer.

De fabrikanten van de producten die Futureproofed aanbiedt worden bevraagd en gecontroleerd aan de hand van een 30 punten vragenlijst. Wanneer gemerkt wordt dat er merkbare resultaten geboekt worden op één of meerdere van de 8 vermelde criteria krijgt het producten een positieve beoordeling en wordt hiervan een korte uitleg gegeven.

Hieronder volgt een korte uitleg over de 8 strategieën / criteria waaraan tips en of vragen zijn verbonden.

Sommige materialen en additieven dienen vermeden te worden omdat ze bij productie, verbranding of storten van het product schadelijke emissies veroorzaken. Additieven zijn bv. kleurstoffen, hitte- of UV-stabilisatoren, bepaalde brandvertragers, weekmakers, vulstoffen, blaasmiddelen en anti-oxidanten. Te vermijden materialen zijn in elk geval zware metalen, asbest en CFK's. Evenzeer dienen niet hernieuwbare grondstoffen vermeden te worden. Voorbeelden zijn fossiele brandstoffen, zoals aardolie, en minerale grondstoffen, zoals koper, tin, zink en platina. Het is uiteraard zinnig om, indien mogelijk, gerecycleerde materialen te gebruiken. Dit zijn materialen die eerder in producten zijn toegepast. Sommige materialen hebben een grotere 'energie-inhoud' dan andere, wat wil zeggen dat de winning en productie van het materiaal erg energie-intensief is. Deze materialen zijn alleen gerechtvaardigd als ze andere positieve milieu-eigenschappen hebben die ook werkelijk in het product benut worden. Zo is aluminium, hoewel het een hoge energie-intensiteit heeft, omwille van het beperkte gewicht goed vervoerbaar en uiterst geschikt voor recyclage.

  • Keuze voor materialen met een gesloten cyclus
  • Vermijden van giftige en toxische materialen
  • Vermijden van schaarse materialen
  • Keuze voor hernieuwbare materialen
  • Keuze voor materialen met een lage energie-inhoud
  • Keuze waar mogelijk voor een recyclaat
  • Keuze voor recycleerbare materialen
  • Keuze voor bio-degradeerbare materialen

Door slim te ontwerpen kan bespaard worden op materiaalgebruik. Hierdoor werkt men echt aan preventie. Het beperken van het volume zal een product ook geschikter maken voor transport, ingevolge gewicht- en volumereductie.

  • Reduceren van het gewicht
  • Reduceren van volume
  • Dematerialisering (bijvoorbeeld: voicemail in plaats van antwoord apparaten)
  • Keuze voor lichte structuren

Bij het kiezen van productietechnieken moet gestreefd worden naar technieken met een lage milieubelasting, dat wil zeggen een laag en niet schadelijk gebruik van additieven en hulpstoffen, weinig verliezen aan energie en grondstoffen en weinig afval.

  • Keuze voor milieuvriendelijke productieprocessen
  • Minder productieprocessen
  • Efficiënt gebruik van liefst duurzame energie
  • Efficiënt gebruik van liefst schone hulpmaterialen

Ondernemingen kunnen hun productieproces zo instellen dat zij emissies van schadelijke stoffen beperken of vermijden en CO2 neutraal worden. Eventueel nemen zij deel aan CO2 compensatieplannen.

  • Weinig emissies
  • CO2 neutrale productieproces
  • CO2 compensatieplan

Het product dient op een efficiënte wijze vervoerd te worden van fabriek naar gebruiker. Dit betreft zowel de verpakking, als transportvorm en transportorganisatie (logistiek). Hoe minder verpakking nodig is, hoe meer materiaal en transportgewicht (dus transportenergie) wordt bespaard.

De milieubelasting door transport met het vliegtuig is veel groter dan met de boot, wat de keuze van transportmiddel moet beïnvloeden. Verder kan optimale belading van het transportmiddel en efficiënte distributielogistiek ook milieubelasting reduceren.

  • Minder en liefst schone verpakkingen
  • Recycleerbare verpakkingen
  • Reduceren van transportvolume
  • Keuze voor het juiste transportmiddel
  • Optimaliseren van logistiek

In de gebruiksfase zijn hulpstoffen (energie, water, wasmiddel, koffie) en ook producten (batterijen, navulcassettes, filters) nodig om het product te laten functioneren. Ditzelfde geldt voor het onderhoud en de reparatie van het product. Het product moet dusdanig ontworpen zijn zodat de gebruiker deze zaken niet verspilt dan wel dient gezocht te worden naar milieu-efficiëntere alternatieven.

  • Reduceren van energieverbruik van het product
  • Keuze voor een duurzame energiebron
  • Beperken van de hoeveelheid afval tijdens de gebruiksfase
  • Reduceren van benodigde hoeveelheid hulpmaterialen
  • Keuze voor milieuvriendelijke hulpmaterialen

Vanzelfsprekend gaat dit criterium niet op voor alle soorten producten. Vele producten zijn immers passief aan hulpstoffen tijdens de gebruiksfase, zoals meubilair, tassen, enz.

De technische levensduur (de tijd dat het product goed functioneert) dient verlengd te worden evenals de esthetische levensduur (de tijd dat de gebruiker het product mooi vindt), zodat het product langer in zijn oorspronkelijke functie gebruikt zal worden.

De volgende principes streven allen hetzelfde doel na. Wanneer een product langer de behoeften van de gebruiker bevredigt, wordt de neiging van de gebruiker om telkens nieuwe producten aan te schaffen enigszins beteugeld. Door te kiezen voor modulariteit of aanpasbaarheid kan een product dat in technisch of esthetisch opzicht niet meer optimaal is, worden 'opgewerkt' en zodoende nog steeds voldoen aan de (gewijzigde) behoefte van de gebruiker.

  • Onderhoud en reparatie zijn vereenvoudigd
  • Modulariteit
  • Verlaging van modegevoeligheid
  • Intensievere en emotionele relatie tussen gebruiker en product

Met de term end-of-life (EOL) of einde levensduur van een product wordt verwezen naar datgene wat met het product gebeurt nadat het door zijn eerste gebruiker werd afgedankt. Wordt het product teruggenomen en in zijn geheel hergebruikt? Worden waardevolle onderdelen of slechts de materialen van het product hergebruikt? Of wordt het product in zijn geheel verbrand, of erger nog, direct gestort op een vuilnisbelt? Of is het een combinatie van bovenvermelde verwerkingsmogelijkheden?

Allerlei vragen die tot voor kort nauwelijks relevant waren in de ontwerpfase moeten nu wel worden beantwoord. Welke onderdelen zijn het nog waard om hergebruikt te worden? Op welke wijze moet het daartoe worden gedemonteerd? Wie is verantwoordelijk voor de inzameling en het verwerken van het product? Hoe moet het product zodanig ontworpen worden dat het geschikt is voor het gekozen EOL systeem?

Mede door ontwikkeling van wetgeving over producentenverantwoordelijkheid en terugnameplicht en het toegenomen milieubewustzijn moet elke ontwerper en elke ondernemer op bovenstaande vragen antwoord kunnen geven. Dit betekent dat hij voor elk product systematisch een EOL systeem moet ontwikkelen, dat de milieubelasting van het product reduceert en financieel gezien rendabel is.

  • Keuze van het EOL-systeem volgens het cascade denken
  • Waardevolle delen zijn gemakkelijk demonteerbaar: (Design for Disassembly)
  • Reduceren van verschillende materiaalsoorten
  • Keuze voor 'compatibele' materialen indien de onderdelen niet scheidbaar zijn

Het sluiten van kringlopen, door hergebruik van het product, onderdelen of materialen beoogt de milieubelasting te verlagen doordat de reeds geïnvesteerde materialen en energie die nodig waren voor het produceren van het product nogmaals kunnen worden ingezet. Zo wordt de milieubelasting in de vorm van materiaalbeslag, energiegebruik en schadelijke emissies voor het nieuwe product verlaagd. Hoe meer het product in zijn originele vorm behouden blijft, hoe meer milieuwinst dit oplevert, mits er tegelijkertijd een terugname- en herverwerkingsysteem wordt ontwikkeld. Een goede kennis over scheiding- en recyclagetechnieken van afval is uiteraard noodzakelijk.

Onder deze categorie komen de andere te vermelden wetenswaardigheden. In het bijzonder kan het gaan om specifieke inspanningen of bekomen certificaten, zoals ISO 14001 certificaat, "cradle tot cradle" certificering, FSC, CO2 neutrale productie, duurzaamheidsstrategiën van bedrijf, participatie aan initiatieven zoals Fair Trade, Product Red, 1% for the planet, ONE, etc.